brugje na WOII

In 1643 werd de bocht van de Oude Ijzer vervangen door een rechtlijnig kanaal. Door de bouw van dit kanaal werd Sint-Joris in 2 gesplitst en moesten de bewoners van het poldergebied, wilden zij het dorp (gemeenteschool, school, kerk) bereiken, een omweg over de gemeente Mannekensvere (Uniebrug) of over Nieuwpoort maken.


Voor 1914 werd dit ongemak enigszins verholpen door een overzetdienst, ingericht ter hoogte van de schoolstraat, aan de herberg ‘De Overzet’, in de volksmond ‘Het schuitekot’ genoemd. Veerman zou o.a.  Engelbertus Peel geweest zijn, die waarschijnlijk op 't einde van de schoolstraat woonde.


Bij raadplegingen van verschillende kaarten, blijkt dat die overzet er na 1883 moet gekomen zijn.

Na WOI , op de gemeenteraadszitting van 18 november 1922 komt deze kwestie terug aan bod. Door de slechte financiële toestand van dat moment worden de plannen terug opgeborgen.
Na nog een paar uitstellen wordt uiteindelijk op 16 april 1929 het plan ontworpen voor de voetbrug door Ingenieur Regnier uit Gent.  Aannemer Kamiel Monbaliu uit Brugge mocht ze bouwen.

Het bouwbedrijf was gespecialiseerd in aannemingen van openbare werken. Camille Monballiu (°1878) vestigde zich, nog voor de Eerste Wereldoorlog, als zelfstandig wegenbouwer te Lissewege. Tijdens de Eerste Wereldoorlog moesten de bedrijvigheden noodgedwongen stilgelegd worden omdat alle materieel gestolen of vernield was. In 1919 verhuisde Camille naar de Scheepsdalelaan 25 te Brugge en werd de zaak heropgestart. In de jaren 1920 kwam zijn zoon, Pierre Monballiu (°1902), in de onderneming. Hij wou uitbreiden en specialiseerde zich in de bouw van bruggen en in waterwerken; de vader bleef zich voornamelijk toeleggen op wegenwerken. Pierre trok in 1928 naar Limburg om er een nieuwe afdeling op te richten. Het bureau werd gevestigd in Bocholt. Toch bleef Algemene Bouwondernemingen Monballiu C. en zoon één bedrijf met één boekhouding. Ten gevolge van de mobilisatie en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vestigde Pierre Monballiu zich vanaf 1939 opnieuw in Brugge. De naoorlogse periode bracht bloei in de onderneming: er was veel werk door de heropbouw van bruggen, kaaimuren, enz. In 1955 stapte Camille Monballiu uit de familieonderneming; Pierre zette de zaak alleen verder. De onderneming hield waarschijnlijk op met bestaan in 1974, toen Pierre Monballiu ophield met werken. Pierre bekleedde ook bestuursfuncties in een aantal bouwverenigingen. Zo was hij ondervoorzitter van de Nationale Confederatie Bouw, voorzitter van de Afdeling wegenbouwers van het Provinciaal Verbond der Aannemersverenigingen van West-Vlaanderen, voorzitter van de Interprofessionele Kamer van de Bouwbedrijven, ondervoorzitter van het Nationaal Verbond van Wegenbouwers, consulair rechter in de Koophandelsrechtbank in Brugge, enz.
Het archief van de Algemene Bouwondernemingen Monballiu C. en zoon omvat 17,12 strekkende meter documenten uit de periode 1910-1971.

Op 30 oktober 1930 is de voetbrug voltooid – en werd ingezegend door toenmalig Pastoor Arthur Debrie.

 

 

Volgende spreuk werd aangebracht :


POLDERBRUG
IjZERRUG
WEES STEEDS EEN VOORSPOEDSBAND
VOOR DORP EN OVERKANT

Nauwelijks 10 jaar na het voltooien der brug op 28 mei 1940, wordt dit kunstwerk door de Engelse Genietroepen in de lucht geblazen.
Alleen de voetstukken bleven staan.
In 1951 (terug na uitstel) worden uiteindelijk de werken van de nieuwe brug voltooid door aannemer Soetaert uit Oostende – Pastoor Sanders mocht de brug inzegenen.

 

Nu lezen we volgend opschrift :


Polderbrug
Herbouwd 1950
1930

 

Uiteindelijk zou ook dit brugje moeten plaatsmaken in 1972 voor de aanleg van het spaarbekken.