HET DORPSLEVEN… ZOALS HET VROEGER WAS.


Zoals ieder dorp , had ook Sint-Joris vroeger 2 kermissen :

De Zondag na feest van Sint-Joris (23 april)
En de eerste zondag van oktober

Voor de oorlog 1914-1918 kenden deze een buitengewone volkstoeloop, dat de lokale heilige kwam vereren en genezing van distel en andere huidziekten afsmeken.

Voor de “echte Sint-Jorisnaar” begon de eigenlijke kermis pas na de kerkelijke diensten.

Waar er nu in Sint-Joris slechts een paar herbergen zijn, waren er voor 1910 welgeteld 15 !

 

• HET PARADIJS
• IN DE MOLEN
• SINT-JORIS PEERD
• DE TOEVLUCHT
• IN SINTE PIETER
• IN HET GEMEENTEHUIS
• DE REIGER
• IN DE HERT
• DE OVERZET in de huidige Kievitstraat, de vroegere Schoolstraat –

• IN DE KLUYTE
• BOLDERSHOF
• IN DE PARAPLU
• DE OUDE SCHOOL eind 19de eeuw stond deze naast de toenmalige kerk – de nieuwe school werd in gebruik genomen.. vandaar het idee om van de oude school een herberg te maken. Deze werd o.m. uitgebaat door V. Defever.

• DE NIEUWE HERBERG
• IN HET HUIS VAN COMMERCIE

Je zou bijna denken dat onze (over)grootouders aan drank verslaafde dronkaards waren. Vergeten we niet dat deze 15 “cafébazen” in de uitbating van hun herberg, slechts een magere bijverdienste zochten. Onze (over)grootouders dronken er, ‘s zondags na de Hoogmis een “halveke” (helft van een druppel) of een “kappertje” (1/4 l zwart-bruin bier)

Op vroegere kermisdagen kwam er nochtans leven in de brouwerij.

“Geen modern orkest met slagwerk en trommel kwam onze dorpskermis ontsieren. We hadden genoeg aan onze lokale accordeonspeler, Désiré Vansteenland. Geen slepende tango’s, geen samba of andere buikdansen, neen, wel opwekkende marchen en polka’s, warrelende walsen kwamen uit z’n trekzak. En wanneer het muziek weerklon, sprongen jong en oud, frisse boerenmeiden en amechtige meetjes, forse boerenzoons en rheumatieke peetjes, ten dans. Als nu tureluurs van huppelen en springen, de dansende paren hun tafeltje opzoeken, werpt Dis zij trekorgel opij en zingt erbij.”

Na de oorlog 1914-1918 verviel Sint-Janskermis in het niet.

In 1924 waren er nog 9 herbergen :

• IN ‘T VERWOESTE SINT-JORIS en DE TOEVLUCHT :
Op de hoek van de toenmalige Brugse Steenweg en de Ramskapellestraat stond, van lang voor de eerste oorlog, een lange rij werkmanshuisjes, waarvan het hoekhuisje de herbergnaam “De Toevlucht” droeg. Om de bouwaktiviteit na de oorlog aan te wakkeren, warden door het Albertfonds premies geschonken aan de eigenaars die hun woning wensten herop te bouwen. Vader Theunynck, aan wie de rij huisjes behoorde, profiteerde van dit aanbod en ging meteen aan de slag. Uit de puinhoop verrees het herbergje “in ‘t verwoeste St.-Joris’, een titel die in vlotte beeldspraak de ellende van het dorp vertolkte.
In 1922 huwde zoon Henri en nam intrek in het intussen vernieuwde hoekhuis om er het vooroorlogs “enseigne” “De Toevlucht” in ere te houden.
Later nam Henri’s zoon, Gilbert terug aan het roer over van de Toevlucht, die al een tijdje gesloten was voordien. Die op zijn beurt de fakkel doorgaf aan zoon Geert.
Uiteindelijk werd de Toevlucht overgelaten aan iemand van buiten de familie Theunynck.

• IN ‘T SLAGVELD DER HELDEN :
Rechts langs de Brugse Steenweg, ter hoogte van de huidige kerk, stond in een weide de herbergbarak van Kamiel Lansen. De barak brandde in 1926 uit en Kamiel diende noodgedwongen ergens anders zijn onderdak te zoeken.
Hij verliet de ‘platse’ en belandde in “Het Paradijs”, rechtover het Nieuwpoorts stadskerkhof, dat op het grondgebied Sint-Joris lag.

• SINT-JORIS PAARD :
In een bron van 1856 vinden we : “herberg St-Joris Peerd staende en gelegen te St-Joris langst den noorddijk der Yservaerd”.
Even voorbij ‘de Toevlucht’ baatte Tuur Inghelbrecht de herberg ‘Het St.-Jorispaard’, waar een vogelpik de enige attraktie vormde. Deze herberg is een van de oudste van de gemeente, en is nog herkenbaar aan de witgekalkte strook boven de voordeur. Momenteel is het huis nog bewoond door Gerard Inghelbrecht en echtgenote.

• ‘T GEMEENTE ST.-JORIS :
Op de hoek van de wegel die naar de , na de oorlog opgerichte kerk leidde, stond en staat nog de herberg ‘’t Gemeente St.-Joris’, toen uitgebaat door Briek en Bertha Zaman, oud-schippers, die hun boot inruilden voor een vast bestaan aan wal. Bazin Bertha had ere en handje van weg om de mannemensen tot drinken aan te sporen. Ganse dagen zat het café stampvol.
Toen de Zaman’s terug heimwee kregen naar het avontuurlijk vissersbestaan, kwam Kamiel Maes hen in 1929 vervangen. De nieuwe waard kon het niet laten de meid van de pastoor, Hortance, te plagen. Alledrie zijn ze reeds lang bij de Heer, en we zijn ervan overtuigd, dat mijnheer Pastoor nog geregeld als bemiddelaar moet tussenkomen.

Dochter Aline trad in de voetsporen van haar vader en baatte samen met haar man Gilbert Vansteenland de herberg uit. Ondertussen staat zoon Dirk Vansteenland aan het roer.
 


Kamiel Maes met z’n echtgenote -
in ‘t midden Aline Maes.

• ‘T HAPERTJE EN ST.-PIETER :
langs de Brugse steenweg stonden er 12 huizen, wat dan ook de ’12 apostelen’ of De Reke genoemd werd. Deze rij behoorde toe aan Cissen Allaeys. Voor 14-18 stond de reke langs de linkerzijde van de Brugse Steenweg. De beide uiteinden behoorden tot de Bachusorde met naam ‘t Hapertje en St.-Pieter. Na WOI werden de huizen verwoest en werd slechts de eerste herberg heropgericht. Henri Tielemans werd de eerste na-oorlogse uitbater van ‘t Hapertje. Hij werkte in de steenbakkerij van Florizoones te Nieuwpoort. Zo kwam het dat meestal zijn ega de klanten bediende.

• IN ‘T OUD ST.-JORIS
De herberg ‘in ‘t oud St.-Joris’ herinnert nog aan de tijd dat de Sint-Joriskerk met zijn dorpskern er zich nog bevonden voor de eerste wereldoorlog. In de jaren ’20 vonden we er waard Pros Catrysse, die ook werkzaam was bij de boeren.

• DE BRIKERIJ :
Verder naar de Uniebrug toe, stond het stamineetje van Covemaeker, dat als herkenningsteken ‘de Brikerij’ droeg, ter herinnering aan de toen reeds verdwenen steenoven langs de Ijzer.

 

In de jaren 1950-1960 kwam er terug leven in de brouwerij. Met een heuse voetbalploeg en wielerclub had menig deelnemer een excuus om zijn dorst achteraf te lessen in één van de toenmalige cafeetjes.


In 1976 waren er nog slechts 2 herbergen :

In 2010 :
• DE TOEVLUCHT
• ‘T GEMEENTE ST.-JORIS
• DE AKKERWINDE

 

Bronnen : Eigen archief - De herbergen uit de jaren 20 III - Albert Dawyndt - Wedstrijd tussen de landelijke gemeenten van de arrondissementen Veurne en Diksmuide - Foto's van Robert Geldhof, Aline Maes.

Heb je nog aanvullingen, mail ze gerust door naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.