Toen éénmaal de oorlogsgruwel voorbij was, konden reeds in oktober 1919, 22 personen die hier voor 1914 woonden, de toelating verkijgen om zich opnieuw in hun gemeente te komen huisvesten, terwijl het volgende jaar reeds hun aantal werd verhoogd met 55, waaronder ditmaal 14 vreemdelingen of 1/4 van de bevolking.

Bij die eerste families die terugkwamen, behoorden de families Theunynck en de Verbrugges.

Van 1920 tot en met 1925 groeide het aantal inwoners met 165 hoofden, hetzij tesamen 242 in 1925.

Voor het jaar 1936 bedroeg de bevolking 324 personen, verdeeld over 74 gezinnen of 4,38 per gezin. Wat dus, vergeleken met de cijfers van 1914 een daling van 2,02 per gezin betekende.

Daaronder bevonden zich :

  • 29 gezinnen van arbeideres met 125 zielen, of 4,3 per gezin
  • 17 gezinnen van boeren met 90 zielen of 5,2 per gezin
  • 17 gezinnen van boertjes met 68 zielen, of 4 per gezin
  • 8 gezinnen van renteniers met 26 zielen,of 3,2 per gezin
  • 3 gezinnen van handelaars met 15 zielen of 5 per gezin

Van de oude Sint-Jorisnaars die hier geboren waren voor 1914 waren er slechts 38 teruggekeerd, waaronder mijn grootvader Aimé Loones.

Er werden 85 jonge Sint-Jorisnaars geboren tussen 1914 en 1936. Daaronder tellen wij :

  • Kinderen van oude Sint-Jorisnaren, die hier werden geboren : 38
  • Kinderen van niet Sint-Jorisnaren die hier echter voor 1914 woonden : 5
  • Kinderen van vreemden die hier na 1918 kwamen wonen : 41