In 1914 bedroeg het zielenaantal in St.-Joris-aan-den-IJzer 335, verdeeld over 52 gezinnen, wat dus het hoge gemiddelde cijfer van 6,4 per gezin betekende.

Daaronder waren :

  • 29 gezinnen van arbeiders en ambachtslieden met 176 zielen of 5,4 per gezin
  • 15 gezinnen van boeren (met meer dan 1 paard) met 107 zielen of 7 per gezin
  • 4 gezinnen van boertjes met 32 zielen of 8 per gezin
  • 3 gezinnen van renteniers met 17 zielen of 5,7 per gezin
  • 2 gezinnen van handelaars met 12 zielen of 6 per gezin

Tot de eerste groep behoorden : een kleermaker, een smid, een metselaar, een timmerman, een molenaar, een mandemaker en een schoenmaker.

Sinds de oorlog, omdat ze blijkbaar geen bestaan meer hadden en het verkeer naar naburige plaatsen veel was vergemakkelijkt, zijn deze ambachtslieden weggebleven en werden tot heden niet meer vervangen.